Adem

                                                                                                                             

 

                                                                                                                          

Om te ademen gebruiken we de volgende lichaamsdelen: De borstkas, de luchtpijp, de longen en de adem- en buikspieren.
Wanneer we niet goed ademen kunnen de volgende problemen ontstaan:

 

1. Verkeerde spreekademhaling

 

Er wordt dan verkeerd geademd bij het spreken waardoor mensen "achter de adem raken". Dat betekent dat er langer gesproken wordt dan dat er lucht voor is. Meestal volgt daarna een gespannen en hoorbare manier van inademen om weer voldoende lucht te krijgen. De logopedist leert een goede spreekadem aan, waardoor er beter geademd wordt tijdens het spreken.

 

2. Hyperventilatie

 

Bij hyperventilatie wordt er te snel en te oppervlakkig geademd. Hierdoor bevat het bloed te veel zuurstof en te weinig kooldioxide. Verschijnselen van hyperventilatie zijn: duizeligheid, tintelingen in de armen en handen, zweten, hartkloppingen, drukkend gevoel op de borst en ademnood. De logopedist leert een goede manier van ademen aan, vaak in combinatie met ontspanningsoefeningen.

 

3. Stemproblemen

 

Om de stem in goede conditie te houden is het belangrijk dat een goede manier van ademen wordt gebruikt. De adem en de stem zijn zeer nauw met elkaar verbonden. Wanneer er een gespannen of afwijkende manier van ademen voorkomt, heeft dit vaak gevolgen voor de stem. De stem kan daardoor minder goed functioneren en ontstaan er stemklachten. Bijvoorbeeld: snel vermoeide stem, een dik gevoel bij de stem, heesheidklachten. De logopedist leert een goede adem aan in combinatie met stemoefeningen.

 

4. Longproblemen

 

Bij langdurige aandoeningen van de luchtwegen, zoals astma, bronchitis en longemfyseem. De logopedist leert een goede manier van ademen aan, vaak in combinatie met ontspanningsoefeningen.